De Yamaha XT 500 behoort tot het selecte clubje
van onsterfelijke motorend
Niet in het minst omdat de XT de eerste Japanse viertakt all-road uit de geschiedenis is. De Amerikanen hadden in 1975 al het genoegen om de eerste Japanse viertakt enduro te mogen begroeten. Eén jaar later was het de beurt aan de Fransen. De rest van Europa en de wereld zou al snel volgen…
XT fans verwijzen wel eens vaker naar hun motorfiets als een 1U6. Het is een rare gewoonte die zich manifesteert bij eigenaars van een heel beperkt aantal soorten motoren. Zo spreken liefhebbers van Honda’s VFR750R bijna altijd van een RC30, en wie het over een Yamaha RD 350 LC heeft, neemt vaak de codenaam 4LO in de mond. De typebenaming 1U6 slaat echter uitsluitend op de XT500. En je kunt er maar beter het productiejaar bij vermelden, want de XT500 werd gebouwd tussen 1977 en 1990. In ’76 kwamen er twee andere XT’s naar Europa. De eerste, de 1E6, kwam in een zeer beperkte serie en hij werd enkel in Frankrijk ingevoerd. Yamaha-baas en Dakar-held Jean Claude Olivier paste de één jaar eerder gelanceerde Amerikaanse XT aan om aan de eisen van de Franse wetgeving te beantwoorden. De definitieve versie in 1977 was de echte basis voor de versies die 14 jaar lang zouden gebouwd worden.
De 1U6 zou het volhouden tot aan de start van de jaren negentig. In bijna anderhalf decennium onderging de XT geregeld veranderingen, maar het hart van de Yam bleef bijna ongewijzigd. De enige echte verandering kwam er ter gelegenheid van de tiende verjaardag. En zelfs dan ging het niet echt om een verandering van de krachtbron. De 1986 XT 500 kreeg een 12 Volt elektrisch systeem in plaats van het verouderde 6 Volt circuit. De erg mooie versie met goudkleurige naven en een glimmende zilverkleurige tank had vanaf dan een betere verlichting en een meer betrouwbare elektrische huishouding.
Rijden met een oldtimer is altijd een speciale ervaring. Je moet je niet alleen terug aanpassen aan de gedragingen van een oude motor, maar vaak is die motor ook niet meer zo goed als in de tijd waarin de dieren nog konden praten. De XT500 waarmee we op pad trokken was geen uitzondering op die regel. De motor zag er nog goed uit, maar je weet nooit hoe goed hij écht was 3 decennia terug. Gelukkig gaat het bij dit soort rij-indrukken nooit om hoe hard een motor wel rijdt, hoe sterk hij accelereert of hoe hard hij remt. Waar het op de XT500 echter allemaal om draait, is het blok. De romigheid waarmee de dikke mono zijn vermogen afgeeft is gewoon heerlijk.
Dertig jaar na datum blijft het een plezier om met deze tweeklepper op pad te gaan. Zowel op de weg als ernaast heb je aan de 32 pk genoeg om meer te doen dan het rijwielgedeelte eigenlijk aankan. Het is even wennen, maar als je voelt dat mits de juiste techniek het blok telkens bij de eerste trap start en dat het vermogen zo heerlijk goed verdeeld is, denk je nog nauwelijks aan de eigenzinnige houding. Bovendien vergemakkelijkt die lage zadelhoogte het nemen van bochten op onverharde ondergrond. Nu zien we in de XT nog nauwelijks een motor die geschikt is voor echt endurowerk, maar dat was dertig jaar geleden wel even anders. De XT heeft zijn stempel op de motorgeschiedenis gedrukt ondanks een rijwielgedeelte dat zeker niet beter is dan middelmatig. Het zegt veel over de kwaliteiten van het blok en het uiterlijk van de XT.
Thierry Sarasyn